Zeven dichters die leefden alsof ze een kat waren

Poëzie en de liefde. Die liefde die altijd weer als onderwerp in talloze gedichten terugkeert. Bijna zou je door de hoeveelheid gedichten over liefde denken dat er niets ander bestaat dan liefde en dat dichters alleen maar verliefde jongens en meisjes zijn. Toch, er zijn ook uitzonderingen. De dichters hieronder zullen ongetwijfeld allemaal weleens een liefdesgedicht geschreven, maar leefden niet als de verliefde jongens en meisjes waarvan je doorgaans een liefdesgedicht -anoniem- van krijgt. Nee, deze dichters leefden het leven alsof ze een kat, die er negen van bezit, waren.

Natuurlijk was er ook plaats voor liefde in hun leven, net als alcohol en drugs en vaak in overvloed. Niet zelden liep deze overvloed aan gevoelens en/of drugsgebruik verkeerd af.

Boris Ryzhy

Wanneer het communisme in Rusland ophoudt te bestaan en de staat opnieuw moet worden uitgevonden, geldt dit laatste ook voor de generatie van Boris Ryzhy. Toen de perestrojka aantrad onder leiding van Boris Jeltsin, was een doel om te leven plotseling weggeslagen. Een baan was niet meer vanzelfsprekend. In deze omslag van bestaan groeide Ryzhy op.

In de fabriekswijk van Jekaterinenburg waar hij woonde tussen de moordenaars, criminelen en aan lager wal geraakte mensen, slaat de realiteit hard toe. Ryzhy bokst en wordt lokaal bokskampioen. Ook trouwt hij op jonge leeftijd en wordt vader.

Liefde is voor hem de adem van het leven. Net als alcohol. Wanneer Ryzhy naar Rotterdam komt om op Poetry International een voordracht te geven, is hij tijdens zijn voordracht zo dronken dat het lijkt of hij bewust zijn eigen optreden probeert te saboteren. Als hij later rondvraagt welke wijken in Rotterdam hij beter niet kan bezoeken, gaat hij juist naar die wijken. Op zoek naar de onderkant van de samenleving. Op zoek naar misschien wel zichzelf.

Niet veel later laat Ryzhy zich behandelen voor zijn alcoholisme. Wanneer hij op zesentwintig jarige leeftijd genezen wordt verklaard, hangt hij zichzelf een paar dagen later op. Ryzhy liet een briefje achter met daarop de tekst: ‘Ik hou van jullie allemaal en dat is geen bullshit.’

Arthur Rimbaud

20 oktober 1854 werd Arthur Rimbaud in het huidige Charleville-Mézières geboren. Een jongen die vanaf zijn zestiende de toen huidige poetische wereld op zijn grondvesten deed schudden. Rimbaud reisde op uitnodiging van de dichter Paul Verlaine naar Parijs. Al snel ontstaat er een relatie tussen Rimbaud en de getrouwde Verlaine.

Rimbaud wordt door Verlaine voorgesteld aan de symbolisten -een groep bekende dichters uit die tijd- van Parijs. Door zijn minachting en arrogantie wordt hij echter al snel weer uitgespuugd door de symbolisten.

Rimbaud probeert door in een constante roes van alcohol, drugs en zelfs gif alle zintuigen te ontregelen, een ziener te worden. Op deze manier moet de dichter de eigen zintuigen rationeel ontregelen om zo een nieuwe werkelijkheid te scheppen, met nieuwe beelden, een nieuwe universele taal.

Wanneer de relatie tussen Rimbaud en Verlaine door ruzies enige tijd verbroken is, zwicht Verlaine voor de smeekbedes van Rimbaud om hem terug te nemen. Ze ontmoeten elkaar in Brussel en krijgen al snel weer ruzie waarbij Rimbaud twee schoten lost op Verlaine, waarbij een kogel zijn pols raakt.

In 1876 schrijft Rimbaud op eenentwintig jarige leeftijd zijn laatste gedicht Une saison en enfer – Een seizoen in de hel-. Rimbaud schrijft zich in bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en vertrekt naar het huidige Jakarta. Binnen een maand deserteert hij al.

Uiteindelijk wordt hij wapenhandelaar in Ethiopie. In 1891 keert hij terug naar Frankrijk wegens een ernstig opgezwollen knie. Het blijkt een tumor te zijn en zijn been wordt geamputeerd. Rimbaud zal deze ingreep nooit te boven komen en sterft in de ochtend van 10 november 1891.

William S. Burroughs

William S. Burroughs was een schrijver van de Beat Generation. Zijn grootvader had de eerste industriële rekenmachine uitgevonden. Door deze uitvinding stroomde het geld bij de familie binnen en hoefde Burroughs zich geen zorgen om zijn toekomst te maken. Met dat in het achterhoofd experimenteerde hij er flink op los met alle drugs die voorhanden waren.

Zijn vrienden waren legendarische dichters en schrijvers als Jack Kerouac, Allen Ginsberg en Gregory Corso.

In 1950 vluchtten Burroughs en zijn vrouw en kinderen naar Mexico, om een gevangenisstraf voor valsheid in geschrifte te ontlopen. Op een avond in een café waar, zoals gebruikelijk, veel gedronken werd, pakt Burroughs zijn pistool en stelt aan zijn vrouw voor om hun Willem Tell voorstelling te doen. Waar iedereen, inclusief zijn vrouw, dacht dat hij een geintje maakte -er bestond immers geen Willem Tell voorstelling-, dacht Burroughs daar anders over. Na een appel op het hoofd van zijn vrouw gezet te hebben, probeert hij hem, net als Willem Tell, van het hoofd te schieten. De voorstelling gaat gruwelijk mis en Burroughs schiet niet door de appel, maar tussen de ogen van zijn vrouw.

Burroughs debuteerd in 1953 met de roman Junky, welk een sterk autobiografisch karakter had. Het boek laat de drang naar drugs van een verslaafde zien. Voor Burroughs waren harddrugs niet, zoals alcohol en weed, iets om van te genieten, het was een manier van leven. Op 2 augustus 1997 sterft hij aan de gevolgen van een hartaanval.

Charles Bukowski

Heinrich Karl Bukowski werd geboren in 1920 Andernach, Duitsland. Zijn vader was een Amerikaans militair van Poolse afkomst en gelegerd in Duitsland. Zijn moeder was Duits. In 1922 emigreerde de familie naar Amerika.

In het begin van de jaren vijftig, begon hij te werken als postbode. Nadat Bukowski in 1955 uit het ziekenhuis onstlagen werd na behandeling van een bijna fatale maagzweer, opgelopen door overmatig alcohol gebruik, begon hij poëzie te schrijven. In hetzelfde jaar rouwde hij met de Texaanse dichter Barbara Frye en scheidde haar alweer in 1958.

Toen in 1969 Black Sparrow Press hem een aanbieding deed om zijn werk bij hun te publiceren, nam hij ontslag als postbode. Een maand later was zijn eerste roman, Post Office, voltooid.

In zijn werk komt veel crimininaliteit en hoeren, alcolisten en gokkers voor. Zijn voordrachten en interviews zijn legendarisch doordat hij nooit een blad voor zijn mond nam en constante dronkenschap.

Bukowski had eigenlijk een hekel aan voordrachten, hij vond dat dichters en schrijvers dit alleen maar deden om in de schijnwerpers te staan en niet om hun werk ten gehore te brengen. Toch waren voordrachten een noodzakelijk kwaad voor Bukowski, omdat rekeningen betaald moesten worden. Tijdens zijn voordrachten botste hij vaak met zijn publiek en dronk hij excessief. In 1980 verdiende hij zoveel geld door boekverkopen en door verkoop van filmrechten van zijn boeken, dat hij resoluut stopte met deze voordrachten.

Bukwoski overleed in 1994 aan leukemie. Op zijn grafsteen staat Don’t try.

Frans Vogel

De Rotterdamse Charles Bukowski was Frans Vogel. Vogel is geboren in Groningen, 1935. Zijn moeder had tijdens de zwangerschap de relatie met zijn vader beëindigd nadat zij er achter gekomen was dat de toekomstige vader van Frans NSB’er was.

Zijn moeder kan hem en zijn stiefzus niet zelfstandig onderhouden en zo belanden de twee kinderen in een Haarlems kindertehuis. In 1949 verhuist hij naar een jongenstehuis in Rotterdam.

Na zijn militaire dienst komt hij in contact met Cor Vaandrager en Hans Sleutelaar.

In 1965 trouwt hij Andrea Vos, een balletdanseres en model. Op de trouwdag blijkt Vogel onder de invloed van LSD te zijn.

Vanwege het bezit van weed, moet Vogel een paar maanden de gevangenis in.

Vogel maakt er een sport van om overal te pas en te onpas “Neuken!” te roepen. Of dit nu het theater, kroeg of tram is.

Wanneer dronken, kan Vogel onuitstaanbaar zijn en plast zelfs een keer bij een vrouw in haar tasje. Als op Poetry International een Chinees dichter met zijn voordracht bezig is, brult Vogel vanachter uit de zaal: “Harder! Ik ken je niet verstaan”.

Na een kort ziekbed overleed Vogel op tachtigjarige leeftijd. Net als Bukowski heeft Vogel ook een opvallende tekst op zijn grafsteen: U allen de ballen!

Charles Baudelaire

Toen Baudelaire -geboren 9 april 1821- zes jaar oud was, overleed zijn vader. Zijn moeder was vierendertig jaar jonger dan zijn vader en hertrouwde een jaar later met een generaal van het Franse leger.

In 1839 werd Baudeliare van een van de vooraanstaandste scholen van Frankrijk gestuurd, waarna hij een leven leidde als bohemien met talloze vriendinnen en zich diep in de schulden stak.

Nadat hij door zijn gedrag door zijn stiefvader op de boot naar Indië werd gezet, keerde Baudelaire al halverwege de reis weer terug.

In 1842 eiste hij alvast zijn deel van het familiefortuin op. De helft van dit foruin jaagde hij er in twee jaar tijd doorheen.

In de Franse Februarirevolutie stond Baudelaire als fervent atheïst op de barricade en hoopte op een kans om zijn stiefvader, die aan de andere zijde vocht, neer te schieten.

Baudelaire staat bekend om het experimenteren met hasjiesj, maar gebruikte dit echter zeer zelden. Opium was de drug naar keuze van Baudelaire, niet alleen voor genot, maar ook als antidepresivum en voor het verzorgen van syfilis wat hij opgelopen heeft door seksueel contact met vele vrouwen.

Door het veelvuldig gebruik van opium raakt hij aan het eind van zijn leven verlamd en sterft op 31 augustus 1867 op zesenveertigjarige leeftijd.

Cornelis Bastiaan Vaandrager

Vaandrager was dat wat hij schreef. Alles wat te veel was, werd geëlimineerd. Het gevolg was dat wat overbleef intensiever ervaren werd. Zo ook zijn leven.

Vaandrager werd in 1935 geboren in Rotterdam Zuiden vormde met Hans Sleutelaar, Armando en Hans Verhagen’de Bende van Vier’. Tijdens een gezamenlijke reis met Sleutelaar naar Ibiza, valt een opmerking over Vaandragers gierigheid, helemaal verkeerd en loopt het tussen de twee uit tot een handgemeen.

Vaak voelt hij zich ook bestolen. Zijn creatie om alles tot een minimum te verwezenlijken wordt door andere dichters en schrijvers omarmt. Jules Deelder is daar een van en krijgt er veel succes mee. Dit stuit Vaandrager zo tegen de borst dat hij Deelder van de hoge stijle trap van, de toenmalige Rotterdamse club, Jazzhouse duwt.

Psychische problemen en overmatig drugsgebruik leiden tot zelfmoordpogingen, brandstichtingen, opnamen in psychiatrisch centra, scheiding en uiteindelijk tot een zwervend bestaan.

Wanneer hij soms langs de Rotterdamse boekhandel v/h Van Gennep loopt, trapt hij weleens een ruitje in om binnen te komen. Hij neemt dan enkele van zijn boeken mee om zelf te verkopen. Het zijn immers zijn boeken, zo beredeneerd hij. De drang naar drugs is groot en moet bekostigd worden.

Op het eind van zijn leven, leeft Vaandrager in een vervallen Rotterdams souterrain met andere junks. Door het zwervende bestaan loopt hij tegen een longontsteking op. Hiermee ligt hij dagenlang in het souterrain. Er is niemand die na hem omkijkt. Wanneer er eindelijk hulp komt, is het te laat en sterft Vaandrager op 18 maart 1992 een eenzame dood in het Dijkzicht ziekenhuis in Rotterdam.

Advertenties