Over een harde piemel krijgen van je eigen kutgedicht

Toen ik een jaartje of 20 was, ik woonde nog thuis, heb ik eens gereageerd op een oproep om een gedicht van jezelf, geschreven voor een dierbare, voor te dragen. Het ging om het programma ‘Een goede dag met Jos Brink’. Ik kende heel het programma niet, maar wilde wel graag een gedicht voor de radio voordragen. Een gedicht voor mijn meissie van toen, en nog steeds.

Niet veel later kreeg ik een telefoontje van de redactie, dat ze het wel een goed idee vonden. Geen probleem, ik had alleen nog geen gedicht. Ik stelde voor dat ze later terug zouden bellen, dan zou ik het wel af hebben. En ja hoor, het was nog gelukt ook.

Er werd mij verteld welke datum ik bij de televisiestudio moest zijn. Ho! Wat?! Dit was toch radio? Nee dus. Het bleek om live televisie te gaan. Ach, wie A zegt, moet ook B zeggen. We zijn er heen gegaan, ik, mijn meissie en mijn broer. Mijn meissie mocht van niks weten, het moest een verrassing zijn.

Zo gezegd, zo gedaan. Ze wist echt niet waarom we er waren. Ik had iets over een optreden van een band gezegd. Welke band, geen flauw idee. Waarschijnlijk een hele lullige, maar leuk genoeg om haar enthousiast te maken.

Aangekomen in de studio, werden we omringd door een honderdtal bejaarden. Het was duidelijk voor welke doelgroep het programma bestemd was. Toch, mijn meissie zat daar met een grote glimlach op de tribune, en had het hartstikke naar haar zin.

“De volgende gasten zijn Mark en Nadia”. De verrassing was geslaagd, vol verbazing liepen we de trap af en namen plaats op de bank. Jos Brink zat glunderend naast ons. Als inleiding vertelde hij hoe mooi hij het gedicht vond. Toen mocht ik mijn gedicht voordragen aan de liefde van mijn leven, live op de Nederlandse televisie.

Het gedicht was oprecht, uit het hart geschreven. En wat was ik, als twintigjarige jongen, trots op dat gedicht. En wat was mijn meissie trots toen ze het hoorde. Mijn moeder zat ook uitermate trots,met mijn vader, thuis, voor de televisie. Mijn schoonmoeder en schoonvader, ook die zaten thuis trots voor de televisie. Trots op het gedicht. Trots op mijn meissie. Trots op mij.

Dat gedicht, dat was stiekem helemaal niet zo goed. Toen vond ik van wel, natuurlijk. Ik was jong en kwam net kijken. Ieder woord meende ik erin, en nog steeds. Maar goed was het niet.

Of een gedicht altijd maar goed geschreven moet zijn, hoeft ook niet. Uiteindelijk draait poëzie om emotie. Een slecht geschreven gedicht, geschreven door een jongen van 20, heeft heel wat mensen kunnen raken. En, al was het niet het gedicht, dan was het waarom het geschreven is. Uiteindelijk gaat het erom waarom je iets doet.

Soms is goed zijn in iets niet het mooiste.

Een teken van liefde

De woorden van mij voor jou

vallen in het niet

bij het gevoel dat ik van je hou

 

Mijn tranen en mijn angsten

zijn bezweken door jouw woorden

en gedachten

 

Je gevoelens hebben mij doorstaan

een einde was in zicht

Maar jij stond vooraan

om mijn tranen af te drogen

met jouw liefdevolle vermogen

 

Ik hou van jou

is een onbeperkte uitspraak

maar toch hoop ik dat het jou raakt

 

Mijn adem op jouw gezicht

is voor mij geen plicht

alleen een teken van liefde

die aan jou is gericht

© Mark Boninsegna
Foto © DCH Photography
Advertenties