Van bajesklant tot Godfather of Slam

Gijs ter Haar is een van de bekendste Poetry Slammers van Nederland. Met zijn kale kop, rijkelijk gevuld lichaam met tatoeages en gepiercde oren, is hij een opvallende verschijning. Zijn voordrachten zijn ijzersterk. Zijn woorden sleuren je mee zijn rijk, zijn leven in. Niets laat hij achterwege. Wat je hoort, leest en ziet, is wie hij is. Gijs is de eerlijkheid, zoals van poëzie verwacht wordt.

Ik spreek Gijs over de telefoon. Hij heeft het druk. Zij  vriendin is bij hem ingetrokken en alles moet van het ene gevonden plekje, een nieuw plekje vinden. Het is een onoverkoombaar iets wat verhuizen met zich meebrengt. 

Hij is gelukkig, maar ooit was hij dat niet. Ooit zat hij vast in de gevangenis. Gewapende overval. 

In de gevangenis komt Gijs in aanraking met poëzie. Tot op de dag van vandaag verandert het zijn leven.

Dit is zijn verhaal:

“In 1994 was ik zwaar verjunkt. Ik was heel erg verslaafd aan crack, en alles draaide om geld te krijgen om crack te kopen. Op een gegeven moment heb ik toen een gewapende overval gepleegd. Op 6 september, ongeveer anderhalve maand later, werd ik ’s nachts door een arrestatieteam van mijn bed gelicht. Vanaf dat moment, heb ik nooit meer gebruikt.

Ondertussen was mijn leven veranderd en had ik plannen voor een wereldreis.

Twee jaar moest ik gaan zitten. Maar, na een half jaar mocht ik er alweer uit. Er was een cellentekort en in mijn cel moest iemand die iemand had neergestoken. Dat was heel raar natuurlijk. Ondertussen was mijn leven veranderd en had ik plannen voor een wereldreis. Om dat te kunnen doen, dus om tijd te rekken, ben ik in cassatie gegaan. Toen ik terug was, wees de rechter het af. Ik moest mij gaan melden in Assen op het station, vandaar werd ik naar de bajes gebracht in Veenhuizen.

Gerda Kalmann4
© Gerda Kalmann

Toen ik weer vastzat, heb ik gelijk om gratie gevraagd, of dat mijn straf omgezet kon worden in dienstverlening. De dienstverlening hebben ze toen ingewilligd. Daar ben ik wel heel makkelijk vanaf gekomen toen. Ik ben toen bij een oude werkgever van mij, die werk verzorgde voor verstandelijk gehandicapten, als vrijwilliger gaan werken.

Ik trok een dichtbundel van Rutger Kopland van de plank. Het was puur toeval.

Ik heb dus uiteindelijk gelukkig niet die volle twee jaar hebben moeten zitten. Maar, in die tijd dat ik 16 uur per dag eenzaam opgesloten zat in mijn cel, heb ik wel de poëzie ontdekt. Je moet toch je tijd doden hè? In de bibliotheek trok ik een aantal boeken van de plank en een daarvan was een dichtbundel van Rutger Kopland. Het was puur toeval. Ik had eigenlijk ook nog nooit echt een dichtbundel gelezen. In die bundel stond het gedicht ‘Jonge sla’. Dat gedicht is zo triest, dat raakte me.

Vanaf dat moment ben ik zelf gaan dichten. Ik dacht dat ik dat ook wel kon. Dat lukte niet in ene keer, en dat zat me wel een beetje dwars. Dat moest ik toch ook gewoon kunnen? Dus ik ben gewoon doorgegaan met proberen.

Eenmaal uit de gevangenis, wisten mensen wel dat ik ook gedichten schreef en werd ik uitgenodigd voor een voordracht in cultuurcentrum De Kelder in Amersfoort. Dat was cool en daarna werd ik gelijk gevraagd voor een performance op een eindexamenfeest op school. De volgende stap was een bundeltje in eigen beheer uitbrengen. Die waren zo weg. Ik deed een tweede druk, weer waren ze snel weg. Dan doe je een tijdje later een tweede bundeltje.

Zo rolde ik stiekem in dat wereldje. Het was geen carrièremove ofzo. Het gebeurde gewoon.

Ze noemen me “The Godfather of Slam”.

Mensen zeggen dat ik een slammer ben. Dat ben ik niet. Ik ben een dichter die een goede performance neerzet. Dat is iets wat iedere dichter moet kunnen, anders mist ie iets. Kijk, ik deed gewoon mee met veel Poetry Slams, en zo kreeg ik dat stempeltje. Maar ik schrijf poëzie en dat draag ik voor. Het is maar een naam die je opgeplakt krijgt. Een andere naam die ze me geven is “The Godfather of Slam”, omdat ik al zo lang meega en 39 slams gewonnen heb. Dat is dan wel weer leuk.

Eind mei doe ik mee aan het wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs. Dat is mijn eerste keer. Ik was er wel verbaasd over, ik ben namelijk verliezend finalist van de Nederlandse Kampioenschappen Poetry Slam van dit jaar. De winnares heeft nooit wat aan de organisatie laten horen, dus kwamen ze bij mij uit.

In Parijs doe ik mijn voordracht ook gewoon in het Nederlands. Er zullen grote schermen zijn waar mijn voordracht vertaald in het Engels en in het Frans te zien is. De Engelse vertaling moet ik zelf maken. Dat is wel pittig. De organisatie vertaald mijn Engelse vertaling dan weer naar het Frans.

Wat er allemaal van komt, weet ik niet. Ik vind het al leuk om daar te staan en een weekje Parijs te pakken. Als ik er al de eerste dag uit lig, dan ga ik de rest van de week lekker koffietjes drinken op een Parijs terras.

Je kan niet zomaar gaan lopen klooien.

Als ik terugkijk, heeft poëzie mij gered. Ik ontwikkelde er een passie voor en ben er andere keuzes door gaan maken. Poëzie dwingt je naar binnen te kijken, inplaats van naar buiten. Je bent genoodzaakt te denken. Je kan niet zomaar gaan lopen klooien. Maar poëzie is niet meer dan een belletje in je buik, of een kriebeltje in je hoofd. Je kan ook gewoon kleine gele speelgoedautootjes verzamelen. Als je het maar met passie doet.

Passie is de bevrijding”.

Foto’s © Gerda Kalmann
Advertenties